Algemeen

In 2007 startten een klein aantal mensen van onze gilde met de studie en de beoefening van het langzwaard, de koningin van alle wapens én het wapen bij uitstek dat al vanaf de oorsprong van de Hallebardiers in gebruik was.

Net zoals het vechten met het langzwaard (bastaardzwaard, anderhalfhandigzwaard, longsword, Langschwert) een lange evolutie kent, zo heeft ook het beoefenen van het langzwaard in onze gilde een lange evolutie achter de rug. 

De oudste teksten waarin technieken met het langzwaard beschreven staan dateren uit de 14de eeuw en zijn van de hand van Johannes Liechtenauer.  De verzen (Zettel) van deze auteur en zijn glossatoren (commentatoren), zoals Sigmund Ringeck en Peter von Danzig (beiden 15de eeuw) waren onze leidraad bij onze studie van het langzwaard.  Hoewel Liechtenauer als eerste een onderscheid maakte tussen Blossfechten (onbeschermd vechten), Rossfechten (vechten te paard) en Harnischfechten, concentreren wij ons in hoofdzaak op het Blossfechten, hoewel een aantal mensen onder ons ook Harnischfechten doen.

 Vanaf 2012, onder invloed van eigen studie en ervaring, maar ook door internationale contacten, begonnen we ons meer en meer te verdiepen in het werk van de Duitse Joachim Meyer (16de eeuw) en werd zijn Gründtliche Beschreibung des Kunst des Fechtens (1570) onze nieuwe leidraad.  Zijn didactisch en zeer volledig werk is de basis voor onze beginners en gevorderden, die echter ook onderwezen worden in de technieken van een tijdgenoot van Meyer, namelijk Hector Paulus Mair.